Klei

Klei is een sediment dat hoofdzakelijk bestaat uit kleine gronddeeltjes (lutum). Het is een grondsoort die goed water vasthoudt. De Friese kleistreek is van oudsher een open landschap met veel akkerland langs de kust (kwelderwallen) en kleiweide verder landinwaarts. Beplanting concentreert zich vooral op erven en in dorpen en steden. Een boomsoort die historisch gezien veel op de Friese klei voorkomt is de iep.

Detailfoto van kleibodem (bruinig) waarin nog geen duidelijke bodemvorming heeft plaatsgevonden.
Klei

Friese kleistreek

De Friese kleistreek is ontstaan door afzetting van zeeklei in een kwelderlandschap. De kleistreek is grofweg op te delen in drie zones: de lichte kleigronden op de hoger gelegen (voormalige) kwelderwallen, de zware kleigronden in de lager gelegen (voormalige) kweldervlakte (o.a. de Greidhoeke) en de klei-op-veengronden ter hoogte van de vroegere overgang van klei naar natuurlijk veengebied. Ook de ingedijkte zeearmen (o.a. Middelzee) en de zeepolders langs de kust horen bij de kleistreek. 

De kleistreek is een grotendeels open landschap waar de beplanting zich van oudsher beperkte tot boerenerven, stateterreinen, dorpen, kerkterreinen, hoofdwegen, eendenkooien en windsingels en elzensingels om gardeniersgronden en boomgaarden. Op dijken, overhoekjes en langs sloten groei(d)en hier en daar ook struiken zoals meidoorn en in natte delen van het landschap konden broekbosjes tot ontwikkeling komen. Vanaf de ruilverkavelingsperiode zijn op de klei de nodige dorpsbosjes aangeplant. Belangrijk voor beplanting in de kleistreek is dat het bestand is tegen de invloed van zilte zeewind. De iep is daarom een soort die goed bij de kleistreek past. Op historische (en vaak opgehoogde en kalkrijke) erven is het scala aan beplanting meestal net iets uitgebreider dan in het landschap.

In onderstaande tabellen zijn een aantal (al dan niet inheemse) boom- en struiksoorten genoemd die bij de kleistreek passen en de lokale en regionale biodiversiteit ondersteunen.

Omgeving Koedijk met op voorgrond weiland, rechts een vaart en links een stukje van een boomrijk erf.

Boomvormers

Nederlandse naam
Wetenschappelijk
Landschap
Erf
Opmerking
Berk – Ruwe berk
Betula pendula
+
drogere omstandigheden
Berk – Zachte berk
Betula pubescens
+
nattere omstandigheden
Beuk
Fagus sylvatica
+
m.n. op erven als solitair
Es
Fraxinus excelsior
+
+
let op: essentaksterfte
Esdoorn – Gewone esdoorn
Acer pseudoplatanus
+
niet inh. maar al lang in cultuur
Veldesdoorn – Spaanse aak
Acer campestre
+
niet inh. in Fryslân
Haagbeuk
Carpinus betulus
+
niet inh. in Fryslân
Iep (diverse soorten)
Ulmus spec.
+
+
fladderiep en veldiep inheems. let op: iepziekte
Linde (diverse soorten)
Tilia spec.
+
niet inheems in Frl. wel in NL
Grauwe abeel
Populus x canescens
+
hybride witte abeel/ratelpopulier
Schietwilg
Salix alba
+
+
nattere omstandigheden
Zoete kers
Prunus avium
+
Zomereik
Quercus robur
+
Zwarte els
Alnus glutinosa
+
+

Struikvormers

Nederlandse naam
Wetenschappelijk
Landschap
Erf
Opmerking
Braam (diverse soorten)
Rubus spec.
+
+
verschijnt vaak spontaan
Gelderse roos
Viburnum opulus
+
+
voorkeur vochtigere standplaats
Gewone vogelkers
Prunus padus
+
niet verwarren met Amerikaanse vogelkers (exoot)
Hazelaar
Corylus avellana
+
Hulst
Ilex aquifolium
+
Kornoelje – Gele kornoelje
Cornus mas
+
niet inh. in Fryslân
Kornoelje – Rode kornoelje
Cornus sanguinea
+
niet inh. in Fryslân
Eenstijlige meidoorn
Crataegus monogyna
+
+
Hondsroos
Rosa canina
+
+
Sleedoorn
Prunus spinosa
+
+
Vuilboom
Frangula alnus
+
+
Vlier – Gewone vlier
Sambucus nigra
+
+
Vlier – Trosvlier
Sambucus racemosa
+
niet inh. in Fryslân
Grauwe wilg
Salix cinerea
+
+
Wegedoorn
Rhamnus catharica
+
zeldzame soort, niet zomaar overal aanplanten
Wilde liguster
Ligustrum vulgare
+
Wilde lijsterbes
Sorbus aucuparia
+
+
Wilde kardinaalsmuts
Euonymus europaeus
+
niet inh. in Fryslân
Zwarte bes
Ribes nigrum
+
zeldzame soort