Zuidelijke Wouden

Oercultuurlandschap de Zuidelijke Wouden omvat de zandgronden en beekdalen in het zuidoosten van de provincie Fryslân. In deze boomrijke regio komen onder meer bosjes en houtige elementen zoals houtwallen voor.  

Kaartje van oercultuurlandschap Zuidelijke Wouden met in het westen Heerenveen, in het zuidoosten Appelscha en in het noorden Ureterp.
Zuidelijke Wouden

Landschapshistorie (kort)

De landschappelijke basis van de Zuidelijke Wouden is gevormd tijdens de laatste twee grote ijstijden. Door afsmeltend gletsjerijs ontstonden smeltwaterstromen die de beekdalen in het gebied uitsleten. In de laatste grote ijstijd werd een deken van dekzand over de keileemondergrond afgezet. Tussen de beekdalen werd het zand opgewaaid tot zandruggen. In de loop van het (huidige) holocene tijdperk warmde het klimaat op en werd het landschap natter en boomrijker. Een groot deel van de Zuidelijke Wouden veranderde na verloop van tijd in een grotendeels onbewoond veengebied.

Tot in de vroege middeleeuwen lag bovenop het zand een uitgestrekt hoogveenmoeras. In de volle middeleeuwen (1000 – 1250) werd een groot deel van het veen ontgonnen. Landschappelijke sporen uit deze periode zijn de opstrekkende verkaveling vanuit de beekdalen en de langgerekte wegdorpen op de zandruggen. Door ontginning van het veen kwam het zand op veel plekken weer aan het maaiveld. Op lokale zandkoppen ontstond in de loop van de middeleeuwen ook een esgehuchtenlandschap met een onregelmatige verkaveling en gemeenschappelijke akkercomplexen (essen). In de Zuidelijke Wouden waren lange tijd nog uitgestrekte heidepercelen, hoogveenrestanten en plaatselijke zandverstuivingen aanwezig. Latere turfwinning, bosaanplant en heideontginningen hebben voor een verdere inrichting van het cultuurlandschap gezorgd.

Dronefoto van coulisselandschap met akkers ten zuiden van Nieuwehorne. Halverwege foto is bebouwing Nieuwehorn te zien op achtergrond open beekdal van De Tsjonger.
Lage genomen dronefoto van beukenlaan bij Jardinga.
Zuidelijke Wouden

Elementen en soorten

Het tegenwoordige landschap van de Zuidelijke Wouden kenmerkt zich door de aanwezigheid van min of meer open beekdalen, boomrijke zandruggen met (weg)dorpen, veenkoloniale gebieden met voormalige turfvaarten (en wijken) en grote bospercelen in landgoederenzones en op voormalige heidegronden. De volgende houtige elementen met streekeigen soorten komen in het gebied voor:

  • houtwallen (soms ook dubbele) met zomereik, wilde lijsterbes en sleedoorn.
  • elzensingels met naast zwarte els vooral struiksoorten zoals eenstijlige meidoorn en gewone vlier.
  • laan- of wegbeplanting met autochtone boomsoorten als eik, beuk en soms linde.
  • kleine bosjes met streekeigen soorten als zomereik, ruwe berk en hulst. 
  • solitaire bomen  zoals zomereik of linde.
  • heggen/hagen bestaande uit  soorten zoals eenstijlige meidoorn en hondsroos. 
  • erven, soms nog met iekenhiemen (eiken) en boom- en struiksoorten als zwarte els, fruitbomen, Europese vogelkers en boswilg.  
Dronefoto van boomrijke omgeving met veel boerenerven langs Bospad ten noorden van Nieuwehorne.