Een haag mag vrijer uitgroeien dan een heg, wordt minder vaak gesnoeid en ziet er wilder uit. Hagen bestaan van oorsprong veelal uit doornige soorten, zoals meidoorn aangevuld met bijvoorbeeld sleedoorn en hondsroos. Maar ook vlier, lijsterbes en Gelderse roos komen vaak voor in hagen.
Struweelhagen werden vroeger aangelegd als veekering. Soms werden ze gevlochten. Een haag kan ook dienen als windbreker rond een boerenerf of akker.
Een haag wordt gemiddeld slechts eens in de zes jaar gesnoeid, zodat de takken voldoende kans hebben om tot bloei te komen. Dit geeft de haag een grote ecologische waarde: allerlei insecten, vogels en kleine zoogdieren worden aangetrokken door de bloesem en de bessen in de haag. Bovendien bieden hagen beschutting en nestgelegenheid aan vogels en andere kleine dieren.
Ook gehouden dieren hebben baat bij hagen. De voederhaag is erg in trek: op allerlei boerenbedrijven worden hagen aangeplant ten behoeve van het vee. Een voederhaag bestaat uit verschillende soorten streekeigen struiken waarvan bekend is dat ze mineralen, sporenelementen en vitamines aan bijvoorbeeld runderen, geiten of schapen leveren. Geschikte struikvormers zijn haagbeuk, wilg, meidoorn, hazelaar, hondsroos en vuilboom.
Het vee kan direct van de haag eten of je kunt het snoeisel van de haag aan het vee te voeren.
1. Plant een haag tussen half november en half maart als het niet vriest.
2. Gebruik 2-jarig autochtoon bosplantsoen met een maat van ongeveer 80-100 centimeter.
3. Indien je niet direct al het geleverde bosplantsoen kunt aanplanten, kuil ze dan tijdelijk in. Graaf een gat op een vochtige en schaduwrijke plek. Het plantsoen wordt schuin in het gat geplaatst. De wortels moeten bedekt worden met de vrijgekomen grond.
1. Je kunt een haag in een enkele of een dubbele rij planten. Als je kiest voor meerdere rijen, plant dan in verschoven verband: zet de struiken dus om en om.
2. Graaf een sleuf die voldoende ruimte biedt aan de wortels. Plaats het plantsoen in het midden van de sleuf en vul die met de vrijgekomen grond.
3. Struweelhagen bestaan vaak uit verschillende soorten: zorg ervoor dat je de soorten eerst goed mengt en dat de soorten goed verspreid over de lengte van de haag worden geplant.
4. Houd 1-2 stuks bosplantsoen per strekkende meter aan bij nieuwe hagen. Om sneller een dichte haag te creëren, gebruik je bij voorkeur 2 stuks per meter.
1. Houd het eerste jaar na het afzetten de aanplant vrij van onkruid.
2. Een struweelhaag dient ongeveer 0,75-1,50 meter breed te worden. Je hoeft niet vaker dan eens in de 6 jaar de overhangende takken te snoeien.
3. Het belangrijkste is dat een haag dicht blijft. Als de haag open plekken krijgt, snoei deze dan geheel (tot 20 centimeter) of gedeeltelijk (tot 1 meter) terug. Daarna heeft de haag minimaal 3 jaar nodig om zijn gesloten karakter weer terug te krijgen.
4. Als je de haag inzet als voederhaag voor vee, kunnen de koeien, schapen, geiten of paarden vanaf 3 jaar na aanplant (of snoei) de onderhoudssnoei verzorgen.
Heggenvlechten (of heggenleggen) is een eeuwenoud ambacht waarbij takken van doornstruiken zoals meidoorn en sleedoorn laag worden ingekapt (niet doorgezaagd!) om horizontaal te worden verweven tot een dichte, ondoordringbare afscheiding.
Deze techniek versterkt houtwallen, bevordert de groei van hagen in het voorjaar en levert een mooie veekering of erfafscheiding op.
Het vlechtwerk wordt traditioneel in de winter uitgevoerd, wat gemakkelijker is omdat de haag dan geen blad heeft. Iedere herfst en winter worden er ook in Fryslân workshops heggenvlechten georganiseerd. Kijk onder de nieuwsberichten voor cursussen.
Cookies maken je ervaring beter
Wij gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren, onze website optimaal te laten functioneren, en gepersonaliseerde inhoud te bieden. Door op 'Accepteren' te klikken, ga je akkoord met ons gebruik van cookies. Wil je meer weten of je voorkeuren aanpassen? Klik dan op 'Bekijk voorkeuren'.