Oercultuurlandschap Gaasterland omvat de hogere zandgronden en de klei(-op-veen)gronden in het zuidwestelijke deel van Fryslân. Vooral het hogere deel is relatief boomrijk en heeft plaatselijk een duidelijk zichtbaar reliëf.
De zandgronden in Gaasterland zijn van nature opgestuwde keileemhoogten die in de laatste ijstijd zijn afgedekt met zand. Het oercultuurlandschap bestaat uit een centraal deel met daaromheen enkele keileemeilandjes (o.a. Koudum). In de middeleeuwen bleven de hogere delen van Gaasterland veenvrij. De dorpen ontwikkelden zich met name op de flanken van de zandruggen en iets hoger lagen de akkers en heidegronden.
In de zuidwestelijke deel van Gaasterland vonden in de middeleeuwen veenontginningen plaats. Door overstromingen en stormvloeden vormden zich in deze hoek klei-op-veengronden en enkele meren. Veel van die meren zijn later drooggemaakt (droogmakerijen). Het centrale deel van Gaasterland veranderde gaandeweg in een bosrijk gebied doordat landgoedeigenaren parktuinen en hakhoutbossen lieten aanplanten. Langs de voormalige Zuiderzeekust zijn door eeuwenlange erosie klifkusten gevormd. Vlak bij de klifkusten werden op de keileemhoogtes ook túnwallen aangelegd. Deze walletjes waren bedoeld om het vee in te scharen (perceelscheiding).
Tegenwoordig geven de klifkusten, zandruggen en landgoedbossen Gaasterland een uniek karakter binnen Fryslân. Nergens in de provincie is het natuurlijke reliëf zo duidelijk zichtbaar. Vooral op de hogere Gaasterlandse zandgronden komen boomrijke elementen voor zoals:
Cookies maken je ervaring beter
Wij gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren, onze website optimaal te laten functioneren, en gepersonaliseerde inhoud te bieden. Door op 'Accepteren' te klikken, ga je akkoord met ons gebruik van cookies. Wil je meer weten of je voorkeuren aanpassen? Klik dan op 'Bekijk voorkeuren'.