Oercultuurlandschap Lege Midden omvat een groot deel van de Friese veenweide, het merengebied en de laaggelegen veenpolders. Het is een waterrijke regio met een agrarisch gebied dat grotendeels een open karakter heeft.
Het Lege Midden ligt van nature laag, maar raakte in de loop van het holoceen bedekt met metersdikke hoogveenkussens. Het veen werd in de middeleeuwen ontgonnen door vele sloten, greppels en vaarten te graven. Door bodemdaling veranderde het Lege Midden van een natuurlijk veenlandschap in een nat cultuurlandschap met meren en boezemlanden die in de wintermaanden vaak onder water stonden. De dorpen ontwikkelden zich veelal langs vaarten en meeroevers.
Het Lege Midden kende ooit ook een groot areaal aan kruidenrijke natte hooilanden die vrijelijk konden overstromen. Vanaf de 19e eeuw werden de natte hooilandgebieden in toenemende mate ingepolderd. In het oosten en zuidoosten van het Lege Midden werd tussen de 18e en vroege 20e eeuw op grote schaal turf gebaggerd. De petgaten, afgekalfde legakkers en veenplassen die na turfwinning overbleven kwamen in de 19e en 20e eeuw binnen grote veenpolders te liggen en werden deels drooggemalen en omgezet naar landbouwgrond. De laatste grote overstroming in het Lege Midden vond in de jaren zestig van de vorige eeuw plaats.
Typische elementen binnen deze waterrijke regio zijn (opstrekkende) sloten, (op)vaarten en greppels. Het grootschalig verveende oostelijke en zuidoostelijke deel (veenpolders) ligt gemiddeld het laagste en herbergt veel natte natuur (vooral in voormalige petgaten). Het Lege Midden is overwegend een open gebied. Toch komen in dit oercultuurlandschap ook boomrijke elementen voor zoals:
Cookies maken je ervaring beter
Wij gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren, onze website optimaal te laten functioneren, en gepersonaliseerde inhoud te bieden. Door op 'Accepteren' te klikken, ga je akkoord met ons gebruik van cookies. Wil je meer weten of je voorkeuren aanpassen? Klik dan op 'Bekijk voorkeuren'.