Een knotboom is een boom die regelmatig geknot wordt. Dit houdt in dat alle takken op zo’n 2 meter stamhoogte worden afgezaagd. Door het regelmatig terugsnoeien ontstaat er na verloop van tijd een knoestige ‘knot’ waar vervolgens weer verschillende uitlopers uit groeien. De meest bekende knotboom is de wilg, maar ook lindebomen, elzen, essen, eiken, populieren en haagbeuken laten zich goed knotten.
De knotwilg is een geknotte boom met veel verschillende kwaliteiten. Knotwilgen zijn van historische en culturele waarde in het Friese landschap. In waterrijk Fryslân komen rijen knotwilg langs sloten en wegen voor. De wortels zijn van de knotwilg werken perfect als oeverversterking. In het open kleigebied worden knotwilgen ook wel aangeplant als windscherm op het erf. Insecten profiteren eveneens van de knotwilg. De bloeiende katjes bieden in het vroege voorjaar al voedsel aan bijen en andere bestuivers. Verder bieden de bladeren en schors voedsel aan rupsen en andere insecten, die op hun beurt weer een voedselbron zijn voor vogels.
Geknotte lindes komen veel voor in dorpsstraten en rond kerkhoven. Vaak gaat het om hele oude, knoestige bomen (zie ook leibomen). Lindenbomen kunnen wel 1000 jaar oud worden.
1. Plant een knotboom tussen half november en half maart als het niet vriest.
2. Kies voor een mooie staak (een lange tak van een bestaande knotboom) of een bewortelde stek/veer van ongeveer 300 centimeter lang
3. Indien je niet direct alle geleverde staken/veren kunt aanplanten, kuil ze dan tijdelijk in. Graaf een gat op een vochtige en schaduwrijke plek. Plaats de stekken schuin in het gat. De wortels moeten bedekt worden met de vrijgekomen grond.
1. Voor de aanplant van wilgen is een staak (een tak) van een bestaande knotboom voldoende. Zaag een tak af met een lengte van 300 centimeter en een doorsnede van ongeveer 5 cm.
2. Schil de onderkant van de bast, alleen de eerste meter.
3. Maak een gat voor de staak met een grondboor van ongeveer 1 meter diep.
4. Verwijder de takken van de zijkant van de staak en knot de staak op 2 meter hoogte boven het maaiveld.
5. Plant de nieuwe wilgenstaken minstens 3 meter uit elkaar, voorkeur heeft een plantafstand van 5-6 meter in de rij.
1. Plaats je de bomen langs de rand van een wei, zorg dan voor een goede afrastering zodat het vee de boom niet kan beschadigen. Maak een afrastering op 1 meter afstand van de knotbomen om de nieuwe aanplant te beschermen.
2. Geef de jonge aanplant met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water in droge perioden.
1. Houd de eerste jaren na aanplant de stam vrij van takken. Laat alleen de takken aan de top groeien.
2. Knot de wilgen vervolgens om de 3-5 jaar in de winterperiode. Zaag de takken af tot op 2 à 3 centimeter van de stam. Doe dit haaks op de tak om te voorkomen dat er regenwater in blijft staan.
3. Knot niet alle bomen in hetzelfde jaar. Door gefaseerd te knotten blijven er voldoende schuil-, broed- en voedselplekken over voor dieren zoals insecten, vleermuizen en vogels. Bij voorkeur om de drie bomen.
Cookies maken je ervaring beter
Wij gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren, onze website optimaal te laten functioneren, en gepersonaliseerde inhoud te bieden. Door op 'Accepteren' te klikken, ga je akkoord met ons gebruik van cookies. Wil je meer weten of je voorkeuren aanpassen? Klik dan op 'Bekijk voorkeuren'.