Middelzee & Marne

Oercultuurlandschap Middelzee en Marne bestaat uit twee voormalige zeearmen die grotendeels in de middeleeuwen zijn ingedijkt. In de voormalige Marneslenk en het Bildt (noordelijk deel Middelzee) komt veel bouwland voor, in de Nieuwlanden is bijna uitsluitend weiland aanwezig.

Kaartje van oercultuurlandschap Middelzee en Marne met o.a. in het noorden dorp Sint-Jacobiparochie.
Middelzee & Marne

Landschapshistorie (kort)

Het oercultuurlandschap Middelzee en Marne bestond in de vroege middeleeuwen nog uit twee zeearmen die zelfs tijdelijk met elkaar verbonden waren. Vanaf de 11e of 12e eeuw slibden de Marne en het zuidelijke deel van de Middelzee dicht. De Marneslenk werd in enkele fases ingedamd en groeide samen met de omliggende oeverwallen uit tot een kleinschalig akkerbouwgebied (Lytse Bouhoeke). De Middelzee tot iets boven Leeuwarden slibde gedurende de volle en late middeleeuwen dicht en werd in stappen afgedamd. De zo ontstane nieuwlanden werden bij het dorps- en gebruiksland van aangrenzende dorpen op het oudland gevoegd. De nieuwlanden hebben altijd een zeer lage bewoningsdichtheid gekend en waren door de eeuwen heen vooral als wei- en hooiland in gebruik.

Het mondingsgebied van de Middelzee bleef tot in de late middeleeuwen onbedijkt. Hollandse polderwerkers gingen rond 1500 aan de slag met het inpolderen van dit gebied. Dit zogeheten Bildt breidde zich in de daaropvolgende eeuwen nog enkele kilometers noordwaarts uit. Zodoende ontstond een nieuw akkerlandschap met blokvormige percelen en rechte (kruis)wegen. Langs de kruiswegen ontwikkelden zich dorpen als Sint Annaparochie en Vrouwenparochie. Rond dorpen als Sint Annaparochie lagen ook gardeniersgronden die met windsingels waren omheind. Op de taluds van de Oude- en Nieuwebildtdijk staan vele typische dijkhuisjes.

Historische kaart van circa 1834, met in het blauw de voormalige Middelzee weergegeven.
Middelzee & Marne

Elementen en soorten

Beeldbepalende kenmerken van de nieuwlandpolders zijn: een grootschalige openheid, grenssloot De Swette, doodlopende miedwegen en enkele Amerikaanse windmotoren. In de akkerbouwgebieden zijn grote akkerpercelen, forse historische boerderijen en oude polder- en dijkstructuren kenmerkend. Door de voormalige Marneslenk loopt nog een deel van eeuwenoude binnendijk de Pingjumer Gulden Halsband. De boom- en struikrijke elementen in Middelzee en Marne bestaan uit:

  • erfbeplanting met bijvoorbeeld windsingels (o.a. iep), leibomen en boomgaarden. Ook komen op erven soorten als sleedoorn, Spaanse aak, wegedoorn, grauwe wilg en hondsroos voor.
  • wegbeplanting, meestal nabij dorpen, en soms met inheemse soorten als es en iep.
  • singels, van oudsher met name in het gardenierslandschap in ‘t Bildt.
  • struiken, bijvoorbeeld meidoorn langs sloten of op oude dijken.
  • akkerranden met her en der wilg en meidoorn.
Links Arumer Feart met langs oever een vlier of meidoorn. Rechts een bloemrijke strook langs het water.