Wat is een leiboom?

Een leiboom is een boom waarvan de takken in een bepaalde vorm langs een raamwerk worden geleid. In Fryslân werd de leiboom als natuurlijke zonwering bij boerderijen en huizen gebruikt. Maar je ziet ze ook in dorpsstraten en rond kerkhoven. Lindes of fruitbomen worden meestal als leiboom gebruikt, maar ook beuken kunnen geleid worden. Vooral lindebomen ontwikkelen na verloop van tijd karakteristieke knoestige ‘knotten’ waar vervolgens verschillende uitlopers uit groeien. 

Introductie

Bomen met een symbolische functie

Leilindes kunnen wel 1000 jaar oud worden en staan soms generaties lang op een plek. Bij historische boerepleatsen zie je ze vaak staan: de leibomen die tot dikke ‘knotsen’ zijn volgroeid. Zulke bomen boden vroeger schaduw om het voorhuis en de melkkelders koel te houden. 

Naast een functioneel doel, had de leiboom ook een symbolische functie. Rondom historische begraafplaatsen komen ook vaak leilinden voor. Rond sommige kerkterreinen, zoals bij de Sint Vituskerk in Stiens, staat zelfs een dubbele rij lindebomen. De lindeboom is van oudsher een ritueel gevoelige boom. Voor de Germanen huisde de vruchtbaarheidsgodin Freya in deze boomsoort. Onder de lindeboom vond rechtspraak plaats en werden huwelijken gesloten.  

Fruitbomen hebben soms ook een geleide vorm. Het leiden van fruitbomen is een traditionele methode voor het kweken van fruit tegen een zonnige muur, schutting of als erfafscheiding. Het bespaart ruimte, zorgt voor een optimale warmteopname, voor betere rijping en het vergemakkelijkt het snoeien en oogsten. 

Klokkenstoel bij begraafplaats met lindehaag en leibomen rondom bij Dijken.
Klokkenstoel met leibomen bij Dijken
Leilinden zonder blad rond het kerkje van Sânfurd.
Leilinden rond het kerkje van Sânfurd
Algemene aanplantinstructie

Voorbereidingen voor leibomen aanplant

1. Plant een leiboom tussen half november en half maart als het niet vriest.

2. Kies voor een leiboom met een minimale stamomtrek van 10-12 centimeter. 

3. Leibomen kunnen desgewenst compleet met raamwerk aangeschaft worden. Doe je dit niet, haal dan palen en draad voor het maken van een raamwerk.

4. Indien je niet direct alle geleverde bomen kunt aanplanten, kuil ze dan tijdelijk in. Graaf een gat op een vochtige en schaduwrijke plaats. In dit gat moeten de stekken schuin worden geplaatst. De wortels moeten bedekt worden met de vrijgekomen grond. 

Kop-hals-romp boerderij met rieten dak en met oude leibomen op zij in de zomer.
Leibomen bij het voorhuis
Specifieke aanplantinstructie

Leibomen planten is rekenen

1. De plantafstand is afhankelijk van de beschikbare ruimte. Plant twee of een oneven aantal bomen. Plaats de bomen 4 tot 5 meter uit elkaar en houd bij het planten rekening met de symmetrie en het uitzicht: plaats geen stammen voor het raam. Zorg dat de leibomen netjes in één lijn staan en zorg dat de onderlinge afstand gelijkmatig is.

2. Leibomen plant je 2 tot 3 meter uit de gevel, zodat ze genoeg ruimte hebben om te wortelen.

3. Graaf een plantgat voor de leiboom (minimaal 1,5 keer de grote van de kluit). Spit na het graven de bodem van het plantgat los, maak de graszode fijn en voeg bodemverbetering toe (meng grond uit het gat met potgrond of oude stalmest). 

4. Plaats eerst één boompaal op een rechte lijn naast de boom op ca. 20 centimeter vanuit het plantgat.

5. Bevochtig de wortels lichtjes en plaats de boom rechtop in het plantgat. Plant de boom net zo diep als op de kwekerij het geval is geweest, zodat de wortels voldoende lucht krijgen.  

6. Gooi het plantgat dicht, waarbij je de grond niet te zwaar verdicht.

7. Plaats de tweede boompaal en bevestig de boomband in acht-vorm aan de palen en de boom.

Leibomen in het groen voor een huis met luiken in het voorjaar.
Leibomen bij het voorhuis
Specifieke instructies voor het leiden van bomen

Het maken van een raamwerk

1. Koop je bomen zonder kant en klaar raamwerk, plaats dan 2 stevige palen met een minimale lengte van 5 meter aan weerszijden van de leibomenrij. Span draden tussen de palen waarlangs je de takken van de boom gaat leiden. De afstand tussen de draden is ca. 50 centimeter en de hoogte van de onderste draad is ca. 2,5 meter.                                                               

2. Naast een strakke leivorm, is het ook mogelijk om leibomen een natuurlijkere vorm te geven. Als dit het eindbeeld moet zijn, koop dan een leiboom zonder rek, dan heb je tijdens het beheer meer grip op de vorm van de boom. De snoeitechniek waarbij je de gesteltakken (hoofdtakken) van een boom in de vorm van een kandelaar laat groeien, noemen we ‘kandelaberen.’ 

Twee gekandelaberde leibomen
Kandelaberen leibomen
Beheerinstructies

Wat te doen na het aanplanten

1. Geef de jonge aanplant met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water in droge perioden.  Geef in de zomer na aanplant ongeveer 60 liter water per boom en dat 10 weken lang (eenmaal per week). Het is beter om in één keer een grote hoeveelheid water te geven dan dagelijks kleine hoeveelheden: dan blijven de wortels oppervlakkig. 

2. Houdt de grond rond de boom (de boomspiegel) zoveel mogelijk vrij van onkruid.

3. Snoei één keer per jaar alle twijgen van de grote zijtakken (de leggers). Doe dit snoeiwerk in de winterperiode.

4. De leggers – ofwel zijtakken – moeten in de eerste jaren worden gevormd. Buig de takken steeds beter rondom het raamwerk.

5. Na ongeveer 6-10 jaar zijn de boom en de leggers stevig genoeg. Het raamwerk en de boompalen kunnen worden verwijderd.

Nieuwe leibomen in raamwerk naast voorhuis van kop-hals-romp boerderij.
Raamwerk voor leibomen