Solitaire bomen zijn vrijstaande bomen die landschappelijk waardevol zijn. Het kan om een losse boom of een groepje bomen op een erf of in een weiland gaan. Belangrijk is dat de solitaire boom voldoende ruimte heeft om goed te kunnen groeien, zodat de kroon zich goed kan ontwikkelen.
Op het voorerf is een solitaire boom een echte blikvanger. Een mooie solitaire boom werd als statussymbool gezien en zorgt nog steeds voor karakter op het Friese boerenerf of in de voortuin van een woonhuis.
Naast de sierwaarde heeft de solitaire boom vanouds als nevenfunctie om voor schaduw op het voorhuis te zorgen. Historische soorten die vaak op het voorerf werden gebruikt zijn rode beuk, linde, paardenkastanje, eik, es of iep.
1. Plant een solitaire boom tussen half november en half maart als het niet vriest.
2. Kies voor een boom met een minimale stamomtrek van 10-12 cm.
3. Indien je niet direct alle geleverde bomen kunt aanplanten, kuil ze dan tijdelijk in. Graaf een gat op een vochtige en schaduwrijke plaats. De stekken worden schuin in het gat geplaatst. De wortels moeten bedekt worden met de vrijgekomen grond.
1. Houd er rekening mee dat de kroon van een solitaire boom niet de kroon van andere bomen of landschapselementen kan raken. De boom moet goed ‘vrij’ staan.
2. Graaf een plantgat voor de boom (minimaal 1,5 keer de grote van de kluit). Spit na het graven de bodem van het plantgat los, maak de graszode fijn en voeg bodemverbetering toe (meng grond uit het gat met potgrond of oude stalmest).
3. Plaats eerst één boompaal aan de zuidwestzijde van de boom op ca. 20 cm vanuit het plantgat.
4. Bevochtig de wortels lichtjes en plaats de boom rechtop in het plantgat. Plaats de minst ontwikkelde takken op het zuiden, zodat de kroon zich aan deze kant beter kan ontwikkelen. Plant de boom net zo diep als op de kwekerij het geval is geweest, zodat de wortels voldoende lucht krijgen.
5. Gooi het plantgat dicht, waarbij je de grond niet te zwaar verdicht.
6. Plaats de tweede boompaal en bevestig de boomband in acht-vorm aan de palen en de boom.
1. Als er vraatschade kan ontstaan doordat in de omgeving veel hazen of reeën aanwezig zijn, maak dan gebruik van een boommanchet of -korf.
2. Indien de solitaire boom of een bomengroep in een weiland wordt geplant, zorg er dan voor dat er bescherming komt tegen vee: plaats op 2 meter afstand een afrastering rondom de boom of bomengroep.
1. Geef de jonge aanplant met name de eerste 2 jaar na aanplant voldoende water in droge perioden. Geef in de zomer na aanplant ongeveer 60 liter water per boom en dat 10 weken lang (eenmaal per week). Het is beter om in één keer een grote hoeveelheid water te geven dan dagelijks kleine hoeveelheden: dan blijven de wortels oppervlakkig.
2. Houdt de grond rond de boom (de boomspiegel) zoveel mogelijk vrij van onkruid.
3. Controleer minstens een keer per jaar de boombanden, die mogen niet te strak zitten. Na ongeveer 5 groeiseizoenen kunnen de boompalen worden verwijderd.
4. Beheer is bij een solitaire boom of bomengroep nauwelijks nodig. Alleen zuigers (dat zijn sterke, recht omhoog groeiende scheuten die concurreren met de hoofdstam), takken die langs elkaar schuren, zware zijtakken en dood hout hoeven eenmaal per jaar te worden weggesnoeid.
5. Snoei de bomen in de wintermaanden, met uitzondering van walnoot, paardenkastanje, esdoorn¸ haagbeuk en berk. Deze soorten kun je het beste snoeien in de periode september tot begin januari in verband met sapuittreding (bloeden).
Cookies maken je ervaring beter
Wij gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren, onze website optimaal te laten functioneren, en gepersonaliseerde inhoud te bieden. Door op 'Accepteren' te klikken, ga je akkoord met ons gebruik van cookies. Wil je meer weten of je voorkeuren aanpassen? Klik dan op 'Bekijk voorkeuren'.