Westergo

Oercultuurlandschap Westergo omvat de kleistreek ten westen van de voormalige Middelzee. Noordelijk Westergo telt veel akkerland, de rest van het oercultuurlandschap bestaat hoofdzakelijk uit kleiweide.

Kaartje oercultuurlandschap Westergo met in het zuidwesten Workum, in het zuiden Sneek en in het noorden o.a. Tzummarum.
Westergo

Landschapshistorie (kort)

Westergo bestond ooit uit een natuurlijke kwelder waar vele geulen doorheen kronkelden. In dit kwelderlandschap werden al voor de jaartelling de eerste terpen opgeworpen. Het kwelderlandschap breidde zich in de loop van de eeuwen verder uit. In het noordelijke deel van Westergo ontstonden smalle kwelderwallen (met terpen) en tussenliggende kweldervlaktes (latere mieden). 

Na de middeleeuwse bedijkingen groeide het zuidelijke deel van Westergo uit tot een grootschalig kleiweidegebied (Greidhoeke) met terpdorpen, (op)vaarten, talrijke slootjes, historisch greppelland met leien, onregelmatige blokverkaveling en oude polder- en slaperdijken. Op de overgang naar het Lege Midden is een klei-op-veenzone aanwezig met hempolderdijken. In het zuidwestelijke deel nabij de voormalige Zuiderzee kwamen daarnaast enkele meren voor die bijna allemaal in de 19e eeuw zijn drooggemaakt (droogmakerij). Het noordelijke deel van Westergo met zijn kwelderwallen veranderde deels in een akkergebied met her en der bolle akkers. In het voormalige gardenierslandschap tussen Minnertsga en Bitgum waren tot ver in de 20e eeuw veel kleine bouwpercelen aanwezig met plaatselijk langs slootranden ook elzensingels. 

Historische foto met op voorgrond klaverrijk grasland met greppels en op achtergrond boeren erven en de kerk van Deinum.
Kronkelende perceelsloot in Leonserpolder.
Westergo

Elementen en soorten

Het tegenwoordige Westergo kenmerkt zich hoofdzakelijk als een open kleilandschap waarin de terpdorpen en historische boerenerven boomrijke eilandjes vormen. De volgende houtige elementen komen in het gebied voor:

  • erfbeplanting met bijvoorbeeld windsingels (o.a. iep), leibomen en boomgaarden. Op erven komen ook houtige soorten als sleedoorn, Spaanse aak, wegedoorn en vuilboom voor.
  • wegbeplanting, meestal nabij dorpen, bestaande uit inheemse soorten als es en iep.
  • dorpsbosjes, vaak in de ruilverkavelingsperiode aangeplant en met soorten als es, zwarte els, wilg, gewone es en populieren.
  • elzensingels, van oudsher met name in het gardenierslandschap rond Berltsum en Bitgum.
  • struiken, bijvoorbeeld meidoorn langs sloten of op overhoekjes.
  • akkerranden met her en der wilg, roos en meidoorn.
Dronefoto met op voorgrond terpdorpje Dedgum.