Oercultuurlandschap Noordelijke Wouden omvat de zandgronden en tussenliggende venige laagtes (mieden) in het oosten en noordoosten van de provincie Fryslân. Het landschap op de hoger gelegen zandgronden is onderdeel van een Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden en staat te boek als een bijzonder boomrijk cultuurlandschap met vele elzensingels.
In de voorlaatste ijstijd is slecht waterdoorlatend keileem in de Noordelijke Wouden afgezet. Tijdens de laatste ijstijd zijn dekzandruggen gevormd. In deze periode lagen meerdere pingo’s (ijsheuvels) in het landschap. Na afsmelting van het ijs bleef een laagte achter die later met water volliep (pingoruïnes). Het gebied bestond in de vroege middeleeuwen nog grotendeels uit een hoogveenmoeras. Door de middeleeuwse veenontginningen verdween op veel plekken het veen en kwam de zandbodem weer aan het maaiveld te liggen. Tijdens de veenontginningen werd het landschap in opstrekkende, strookvormige kavels opgedeeld (structuurdragers). Op en langs deze perceelscheidingen kwamen al redelijk vroeg boomrijke elementen zoals elzensingels en houtwallen (regionaal ook wel dykswâlen genoemd) te liggen.
Op plekken met hoogveenrestanten (o.a. nabij het latere Surhuisterveen) werd het veen vanaf de late 16e eeuw weggestoken (turfwinning). Dit door het veen eerst te ontwateren met behulp van wijken (smalle kanaaltjes). In de natuurlijke laagtes met een ligging onder NAP werd turf gebaggerd en zijn plaatselijk meertjes ontstaan zoals De Leien. Onder andere in de Trynwâlden lieten landgoedeigenaren bossen aanplanten. Verder van de middeleeuwse wegdorpen af bleven tot in de 19e eeuw ook stukken heide liggen. De heide werd door particulieren ontgonnen en zodoende ontstonden heidedorpen met een vaak kleinschalige verkaveling.
Het tegenwoordige landschap van de Noordelijke Wouden kent een bijzonder hoge dichtheid aan elzensingels, houtwallen, zandpaden en poelen. Door de aanwezigheid van vele opgaande elementen wordt het gebied ook wel aangeduid als Fries coulisselandschap. De elzensingels en houtwallen volgen veelal de opstrekkende kavellijnen uit de middeleeuwen. De natuurlijke laagtes kennen een meer open landschapsbeeld met hier en daar broekbosjes. De volgende houtige elementen komen veel in de Noordelijke Wouden voor:
Cookies maken je ervaring beter
Wij gebruiken cookies om je ervaring te verbeteren, onze website optimaal te laten functioneren, en gepersonaliseerde inhoud te bieden. Door op 'Accepteren' te klikken, ga je akkoord met ons gebruik van cookies. Wil je meer weten of je voorkeuren aanpassen? Klik dan op 'Bekijk voorkeuren'.