Oostergo

Oercultuurlandschap Oostergo bestaat uit een open kleigebied gelegen in het noordoosten van Fryslân. Het strekt zich uit van Jirnsum in het zuidwesten tot het Lauwersmeergebied in het noordoosten. Een groot deel van Leeuwarden en Dokkum liggen in Oostergo.

Kaartje van oercultuurlandschap Oostergo met o.a. de stad Dokkum en het oostelijke stuk van Leeuwarden.
Oostergo

Landschapshistorie (kort)

Oostergo was ooit een natuurlijk wadden- en kwelderlandschap met zeearmen (Peazens en Lauwerszee), kwelderwallen, kweldervlaktes, geulsystemen, erosielaagten en (verder landinwaarts) veenmoerassen. Al voor de jaartelling werden de eerste terpen in het gebied opgeworpen. Tot in de middeleeuwen kwamen er nieuwe terpen bij.

Na de middeleeuwse bedijkingen veranderde de voormalige kwelder stapsgewijs in een cultuurlandschap met een dicht waternetwerk van sloten en vaarten. De kwelderwallen met hun lichte kleigronden hebben zich tot akkergebied ontwikkeld. De lager gelegen kweldervlaktes groeiden uit tot wei- en hooilandgebieden met onregelmatige blokverkaveling, bochtige wegen en sloten, eendenkooien en kleine (terp)dorpen. Buitendijks werden door de eeuwen heen vele opgeslibde gronden ingepolderd (zeepolders). De dijken tussen het oude land en de zeepolders werden slaperdijk en zijn her en der onderbroken door dijkcoupures. 

Historisch foto grotendeels afgegraven terp Hegebeintum. Het pad richting de kerk en het kerkterrein zijn niet afgegraven en liggen hoog in het landschap.
Historische foto van stelphoeve bij Wirdum. Op voorgrond bloemrijk grasland met hoogteverschillen.
Oostergo

Elementen en soorten

Beeldbepalende elementen en structuren in Oostergo zijn: de terpdorpen met kerken en dorpsgroen; het dijkenstelsel bestaande uit zeedijken, slaperdijken, dijkcoupures en wielen; de veelal open kleiweides met (bochtige) kavelsloten, eendenkooien, greppelland en verspreid liggende boerenerven; en de kwelderwallen met grote akkerpercelen en forse (soms deels omgrachte) boerenerven. Oostergo kent met name een open landschapsbeeld. De volgende houtige elementen en (inheemse) soorten komen in Oostergo voor:

  • erfbeplanting met bijvoorbeeld windsingels (o.a. es en iep), leibomen en boomgaarden met bijvoorbeeld oude appelboomsoorten. Op erven komen ook soorten als sleedoorn, wegedoorn en vuilboom voor.
  • wegbeplanting, meestal nabij dorpen, en soms met inheemse soorten als es, wilg en iep.
  • bosjes, bijvoorbeeld kooibosjes maar ook dorpsbosjes die in de ruilverkavelingsperiode zijn aangeplant en veelal bestaan uit es, esdoorn (niet inheems), zwarte els, Spaanse aak (niet inheems), zilverpopulier (niet inheems), eenstijlige meidoorn en/of hondsroos.
  • singels, slechts voorkomend op een aantal spaarzame plekken (vroeger meer) en kunnen bestaan uit zwarte els en struiksoorten als wilg.
  • struiken, bijvoorbeeld eenstijlige meidoorn langs sloten, op overhoekjes of dijken.
  • akkerranden met hier en daar een wilg, meidoorn of roos.
Akkerlandschap met historisch boerenerf en op achtergrond slaperdijk de Alddyk.